Direct naar content gaan

HR attendering 20 maart 2026

  • Hof Amsterdam

    Bestuursorgaan kan in beroep terugkomen op tijdigheid bezwaar

    Het onderhavige principaal hoger beroep van X (bv; belanghebbende) spitst zich toe op de vraag of een aanslag leges (ten bedrage van € 192.175,13) verminderd moet worden.

    ~#~

    Het incidenteel hoger beroep van de Heffingsambtenaar spitst zich toe op de ontvankelijkheid van het bezwaar. Meer specifiek is daarbij in geschil of het bestuursorgaan bij de rechter kan terugkomen op de (eerdere) ontvankelijkverklaring van het bezwaar.

    ~#~

    Om proceseconomische redenen buigt Hof Amsterdam zich eerst over de in het incidentele hoger beroep aan de orde gestelde ontvankelijkheidskwestie. Het Hof gaat ervan uit dat de Hoge Raad niet per definitie heeft uitgesloten dat de tijdigheid van een bezwaar in beroep alsnog door het bestuursorgaan aan de orde kan worden gesteld. Volgens het Hof heeft de Hoge Raad (16 juli 2021, 20/01682, ECLI:NL:HR:2021:1153, NLF 2021/1552, met noot van Van der Vegt) bewust een afwijkend oordeel gegeven ten opzichte van de oordelen van de CRvB en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over dit onderwerp. Dat neemt niet weg dat daar onder omstandigheden algemene rechtsbeginselen aan in de weg kunnen staan. In casu staan het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel hier echter niet aan in de weg.

    ~#~

    Het Hof acht de ontvangst van de aanslag op adres B aannemelijk. X heeft (veel) te laat bezwaar gemaakt en er zijn geen omstandigheden die de termijnoverschrijding verontschuldigen. Het bezwaar dient niet-ontvankelijk verklaard te worden, aldus het Hof.

    Rolnummer: 23/333

  • Hof Den Bosch

    Onjuist sectorpremiepercentage toegepast; geen gewekt vertrouwen

    X (bv; belanghebbende) exploiteert een payrollbedrijf voor de horeca. Zij is voor de sectorindeling ingedeeld in de sector horeca algemeen en heeft bij de afdracht van de loonheffingen het lage sectorpremiepercentage toegepast. De Inspecteur is van mening dat het hoge sectorpremiepercentage had moeten worden toegepast, omdat de omvang van de te verrichten arbeid niet in de arbeidsovereenkomsten werd vastgelegd. Dit was bij een eerder boekenonderzoek ook al vastgesteld, maar vanwege absentie door ernstige persoonlijke omstandigheden van de behandelaar heeft dit nimmer tot een naheffingsaanslag geleid.

    ~#~

    X meent dat zij aan het uitblijven van een correctie bij het eerdere boekenonderzoek het vertrouwen heeft mogen ontlenen dat zij het lage sectorpremiepercentage mocht toepassen.

    ~#~

    Hof Den Bosch verwerpt dit standpunt. Van een gerechtvaardigd vertrouwen kan geen sprake zijn indien dat standpunt zodanig in strijd is met de wettelijke regeling dat een belanghebbende in redelijkheid de Inspecteur niet aan dit onjuiste standpunt kan houden. Daarvan is naar het oordeel van het Hof in dit geval sprake. Het Hof verwerpt verder de stelling van X dat in het Besluit vaststelling sectorpremies 2013 een beleidsstandpunt is opgenomen waaraan de Inspecteur gehouden is.

    Rolnummer: 22/00906 22/00907

  • Hof Den Haag

    Geen aftrek specifieke zorgkosten zonder bewijs of doktersverklaring

    X (belanghebbende) heeft in zijn aangifte IB/PVV 2021 aftrek voor specifieke zorgkosten geclaimd, waaronder medicijnen, medische hulpmiddelen, dieetkosten en genees- en heelkundige hulp. Volgens artikel 6.1 en 6.17 Wet IB 2001 mogen alleen kosten worden afgetrokken die daadwerkelijk op de belastingplichtige drukken, binnen de wettelijke lijst vallen en aan alle voorwaarden voldoen. De bewijslast ligt bij de belastingplichtige.

    ~#~

    Rechtbank Den Haag heeft alle posten afzonderlijk beoordeeld en geoordeeld dat X onvoldoende bewijs heeft geleverd.

    ~#~

    In hoger beroep wordt dit oordeel door Hof Den Haag bevestigd.

    ~#~

    Het Hof merkt hierbij onder meer op dat X niet heeft aangetoond dat de gebruikte lidocaïne- en voltarencrème op doktersvoorschrift zijn aangeschaft: er was geen recept of verklaring van een arts, en de betaalbewijzen komen niet overeen met de apotheekoverzichten. Ook voor het gestelde dieet ontbreekt een doktersverklaring. Dat de arts recepten rechtstreeks naar de apotheek stuurt, ontslaat X niet van de plicht bewijs te leveren.

    ~#~

    Het Hof verwerpt het beroep op schending van het zorgvuldigheidsbeginsel.

    ~#~

    Het hoger beroep is ongegrond; de aftrek voor specifieke zorgkosten wordt niet verhoogd.

    Rolnummer: 25/1

  • Hof Den Bosch

    Premieplicht zeevarende wegens tijdelijke detachering; navorderingsbevoegdheid

    X (belanghebbende) is in 2015 in loondienst werkzaam als bemanningslid op zeeschepen. Vanaf 13 juli 2015 heeft hij werkzaamheden verricht aan boord van het in aanbouw zijnde schip Z.

    ~#~

    In geschil is of op X ingevolge Verordening 883/2004 (ook) vanaf 13 juli 2015 de Nederlandse socialezekerheidswetgeving van toepassing is.

    ~#~

    Hof Den Bosch oordeelt dat de Inspecteur dit in eerste instantie aannemelijk moet maken.

    ~#~

    Aangezien niet is komen vast te staan of schip Z in 2015 de Nederlandse vlag dan wel de vlag van [land 2] had, is niet komen vast te staan of op grond van artikel 11, lid 4, Verordening 883/2004 de Nederlandse socialezekerheidswetgeving op X van toepassing is.

    ~#~

    De Inspecteur stelt dan dat op grond van artikel 12 van deze verordening sprake is van een tijdelijke detachering. X is de meest gerede partij om hierover duidelijkheid te verschaffen. Het Hof acht X niet geslaagd in het bewijs dat hij is uitgezonden ter vervanging van een andere gedetacheerde werknemer. Volgens het Hof is daarom op grond van artikel 12 van de verordening de Nederlandse socialezekerheidswetgeving van toepassing. Daaraan doet niet af dat er geen detacheringsverklaring is.

    ~#~

    X is het gehele jaar 2015 in Nederland premieplichtig voor de volksverzekeringen en de Inspecteur heeft terecht PVV ten bedrage van € 9.455 geheven.

    ~#~

    Het Hof oordeelt voorts dat de Inspecteur met toepassing van artikel 16, lid 2, aanhef en onderdeel c, AWR kan navorderen.

    ~#~

    Het hoger beroep is ongegrond.

    Rolnummer: 23/873

Naar boven