Naheffing omzetbelasting i.v.m. verkoop voertuigen; grove schuld
De activiteiten van de onderneming van X (belanghebbende) bestaan uit het verhuren van onder meer (klassieke) voertuigen aan film- en televisieproducenten. Deze activiteiten zijn vóór 2015 geëindigd. Na 2013 heeft X geen omzet meer verantwoord in haar jaaraangiften omzetbelasting.
~#~De Inspecteur heeft van X omzetbelasting nageheven ter zake van de verkoop van een aantal voertuigen.
~#~Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in hoger beroep dat de voertuigen zoals betrokken in de naheffingsaanslag tot de bedrijfsvoorraad van X behoorden op het moment van verkoop in 2015 of 2016.
~#~X heeft de vereiste aangifte in 2015 en 2016 niet gedaan. De bewijslast wordt omgekeerd en verzwaard.
~#~Het Hof verwerpt het standpunt van X dat alle 56 voertuigen van de onderneming vóór 2015 zijn overgegaan naar de echtgenoot in privé. Er is voorts geen sprake van een samenwerkingsverband tussen X en haar echtgenoot dan wel van een fiscale eenheid.
~#~Er is sprake van een redelijke schatting en de Inspecteur is terecht uitgegaan van toepassing van het reguliere btw-tarief. Het hoger beroep is in zoverre ongegrond.
~#~De Inspecteur maakt opzet niet aannemelijk. Er is wel sprake van grove schuld. Gelet hierop wordt de boete verminderd. Tevens wordt de boete met 10% verminderd wegens undue delay.
Rolnummer: 21/00910